- doorgaan
- {{doorgaan}}{{/term}}I 〈onovergankelijk werkwoord〉1 [verder gaan] go/walk on ⇒ continue2 [voortgaan met een handeling] continue (-ing, with) ⇒ go/carry on (-ing, with), persist (in/with), proceed (with)3 [voortduren] continue ⇒ go on, last4 [door een ruimte/opening gaan] go/pass through ⇒ pass5 [geschieden] take place ⇒ be held6 [ingaan op] go into7 [aangezien worden voor] pass for ⇒ pass oneself off as, 〈zonder bedrog〉 be considered (as)♦voorbeelden:1 deze trein gaat door tot Amsterdam • this train goes on to Amsterdam2 hij bleef er maar over doorgaan • he just kept on about itdat gaat in één moeite door • we can do that as well while we're about it5 het feest gaat door • the party is oniets laten doorgaan • allow something to take placeiets niet laten doorgaan • cancel somethingniet doorgaan • be off7 willen doorgaan voor iets/iemand • try to pass oneself off as something/someonezij gaat voor erg rijk door • she is said to be very richII 〈overgankelijk werkwoord〉1 [zich bewegen door] go/pass through
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.